SOORTEN ONTLASTING


Je ontlasting zegt iets over je gezondheid. Het is dus goed om er af en toe eens naar te kijken! Bij problemen met je ontlasting is het vaak goed om je huisarts om advies te vragen.

De Bristol Stoelgangschaal of Bristol Stoelgangkaart is een medisch hulpmiddel ontworpen om de vorm van menselijke ontlasting te categoriseren in zeven categorieën. De schaal die in het Verenigd Koninkrijk ook wel de "Meyers Scale" wordt genoemd, is ontwikkeld door Heaton aan de Universiteit van Bristol en is voor het eerst gepubliceerd in de Scandinavian Journal of Gastroenterology in 1997. De vorm van de ontlasting hangt af van de tijd dat die in de darmen is geweest.

De zeven types van ontlasting zijn:

Type 1: Losse harde keutels, zoals noten (moeilijk uit te scheiden)
Type 2: Als een worst, maar klonterig
Type 3: Als een worst, maar met barstjes aan de buitenkant
Type 4: Als een worst of slang, glad en zacht
Type 5: Zachte keutels met duidelijke randen (makkelijk uit te scheiden)
Type 6: Zachte stukjes met gehavende randen, een papperige uitscheiding
Type 7: Waterig, geen vaste stukjes. Helemaal vloeibaar

Type 1: Ontlasting is in verschillende harde brokjes, vergelijkbaar met nootjes. Type 1 ontlasting heeft het langst in de darmen gezeten en het is vaak moeilijk om dit uit te scheiden. Type 1 ontlasting zjin ook een zeker teken dat je aan constipatie lijdt, uitdroging, vol zit met gifstoffen en een darm reiniging moet ondergaan. Dit is de meest voorkomende ontlasting bij mensen met een ongezonde levensstijl.

Type 2: Deze ontlasting lijkt op “worstjes,” maar is ook erg brokkelig. Type 2 ontlasting geeft aan dat je aan constipatie lijdt en dat je uitgedroogd bent. Een darmreiniging zou goed voor je zijn.

Type 3 (Normal): Deze ontlasting lijkt op “worstjes” maar lijkt ook scheurtjes in de oppervlakte te hebben. Type 3 ontlasting wordt als gezond gezien en normaal. Het drinken van water zou helpen om de ontlasting zachter te maken, en geen “oppervlakte scheurtjes” meer te hebben.

Type 4 (Normal): Ontlasting in deze categorie is meestal zacht en glad, en komt in de vorm van een slangetje. Type 4 ontlasting wordt gezien als normaal en gezond.

Type 5: Deze categorie ontlasting vormt zachte brokjes met duidelijk zichtbare randen, die makkelijk door het verteringskanaal gaan. Type 5 ontlasting wordt gezien als zachte diarree en is ook een mogelijk risico voor darmziekte. Deze ontlasting geeft ook aan dat je je voordeel zou kunnen doen met een darmreiniging.

Type 6: De ontlasting ziet eruit als luchtige stukjes met rauwe randen. Type 6 ontlasting wordt gezien als papperige ontlasting en geeft diarree aan. Als je dit soort darmbewegingen hebt, zou een darmreiniging goed voor je zijn.

Type 7: Dit soort ontlasting is het meest vloeibaar en bevat geen vaste stukjes. Type 7 ontlasting heeft het kortst in de darmen doorgebracht. Dit kan zijn vanwege ernstige diarree vanwege cholera, of een bacteriële of virale infectie. Zie ontlastingsonderzoek hieronder. Het zou verstandig zijn als je zo snel mogelijk naar een dokter gaat.

Types 1 en 2 wijzen op obstipatie (verstopping). Types 3 en 4 zijn de 'ideale uitscheidingtypes' - vooral de laatste - omdat ze het makkelijkst uit te scheiden zijn. Types 5 tot en met 7 neigen naar diarree.

Verstoorde darmflora
Het nemen van probiotica zal ook helpen bij het herstellen van de juiste darmflora balans.

App
Download een app van Bristol Stoelgangkaart op www.bristol-stool-scale.com

Ontlastingsonderzoek via huisarts
De ontlasting kan worden onderzocht in het gespecialiseerde laboratorium op aanvraag van de huisarts.

Ontlastingsonderzoek online zelf aanvragen
Laboratoriums van darmklachten.nl en yours-healthcare.nl verzorgen op aanvraag van de zorgverlener of particulier ontlastingsonderzoeken waarmee de meest  voorkomende  oorzaken voor darmklachten zijn op te sporen.

BIJNIERUITPUTTING & GRAAN

Bijnieruitputting? Stop met graan! 
Waarom hebben onze darmen en spijsvertering zo'n moeite met granen en peulvruchten? Dat zit hem in voornamelijk in drie stoffen: fytinezuur, lectinen en saponinen. Granen en peulvruchten zijn het zaad van de plant. De plant beschermt dit zaad tegen alles wat het aantast: insecten, bacteriën en schimmels maar ook tegen consumptie. Fytinezuur, lectine, saponinen beschadigen onze darmwand maar kunnen, eenmaal opgenomen in het bloed, dat ook doen met de weefsels. Lectinen bijvoorbeeld maken een gaatje in je darmwand en veroorzaken daar ontstekingen. Fytinezuur bindt mineralen en onttrekt deze aan je lichaam. Saponinen werken op het zenuwstelsel. Naast zetmeel en koolhydraten bevat graan een aantal anti-nutriënten. Anti-nutriënten zijn met name bedoeld ter bescherming van het zaad. Graan bevat fytinezuur, dit vormt mineralencomplexen in de darm en voorkomt de opname van calcium (structuur botten, behoudt van pH), zink (aflezen DNA, enzymatische processen en voortplanting) en ijzer (binding van zuurstof, voorkoming infecties). Graan is in feite een mineralen ’rover’.

Graan bevat anti-nutriënten die het biotine metabolisme in de darm onderdrukken. Bij biotine (vitamine H) tekorten zien we de volgende klachten: doffe haren, slechte nagels en dermatitis (huidklachten).

Anti-nutriënten

Alkylresorcinols zitten vooral in rogge en tarwe, met name in de zemel. Alkylresorcinols breken rode bloedlichaampjes af (bloedarmoede), veroorzaken DNA mutaties, degenereren lever en nieren
waardoor de functie terugloopt en stimuleren ontstekingen.

Fytinezuur bindt de mineralen calcium, ijzer, zink, koper en magnesium. Fytinezuur hecht zich aan belangrijke mineralen waardoor die we die niet meer op kunnen nemen. Maar ook remt het enzymen af die we nodig hebben om ons voedsel te verteren. Commercieel volkorenbrood en ontbijtgranen zijn echte fytinebommen.

Alpha amylase remmers veroorzaken hypertrofie van de pancreas bij dieren (bij mensen is dit niet onderzocht). Alpha amylase is een enzym gemaakt door speeksel en pancreas en is noodzakelijk voor de afbraak en vertering van zetmeel. In wezen gaan granen, zelf zetmeelhoudend, de vertering van zetmeel tegen. Onverteerd zetmeel heeft invloed op de bacterieflora in de darmen; met name transiënte flora bacterieën zoals salmonella en clostridia en candidastammen proviteren hiervan.

Gliadine zit met name in tarwe en rogge. Het beïnvloed de integriteit van tight junctions. Deze tight
junctions vormen de verbinding tussen darmwandcellen. Gliadine veroorzaakt zo hyperpermeabiliteit
van de darmwand waardoor grote eiwitstructuren de bloedbaan kunnen bereiken en een allergische
reactie veroorzaken.

Solanine vind je in groentes van de familie van de nachtschades. Het is een neurotoxine. Solanine kan het centrale zenuwstel aantasten. In de familie van de nachtschades behoren de volgende gewassen: paprika, tomaat, aubergine, aardappel en pepers. De planten gebruiken solanine als afweermechanisme voor insecten, ziekten en roofdieren. De belangrijkste klachten zijn hoofdpijn, misselijkheid en problemen aan het spijsverteringsstelsel. Verhitting lijkt de hoeveelheid solanine te verminderen.

Lectines komen veel voor in de plantenwereld. De meeste lectines hebben geen negatieve invloed op
de mens. Er zijn echter uitzonderingen. Met name lectines uit graan, sojabonen en pinda’s hebben een nadelig effect. Lectines zijn hittestabiel dat wil zeggen dat ze ook bij hoge temperaturen in tact blijven. Lectinen worden niet in het maagdarmkanaal afgebroken. Ze binden zich aan het darmslijmvlies en, eenmaal opgenomen in het bloed, aan de bloedvaten en rode bloedcellen. In het bloed zorgen de lectinen voor het samenklonteren van rode bloedcellen. Ze zijn bovendien bestand tegen spijsverteringsenzymen, dat wil zeggen dat ze niet afgebroken kunnen worden. Lectines beschadigen (net als gliadine) het darm epitheel, veroorzaken een hyperpermeabele darm, beïnvloeden de opname en de vertering van voedingsstoffen, veroorzaken darmflora verschuivingen, beïnvloeden de afweer in de darmen en geven een verschuiving binnen het afweersysteem richting TH2 waardoor men gevoelig(er) wordt voor allergiën, auto-immuunprocessen en kanker. Lectines gaan, als ze eenmaal de darmwand gepasseerd zijn in DNA cortisol poriën zitten. Ze veroorzaken een cortisolresistentie waardoor cortisol geen werking heeft. Ratten die 10 gram graan krijgen hebben de helft minder migratie van het cortisol response element (dus ook de helft minder cortisol effect). Ratten die 20 gram graan krijgen hebben helemaal geen migratie meer. Die reageren dus helemaal niet meer op cortisol. Het duurt daarna 24 uur voordat er weer ‘cortisol-transport’ mogelijk is richting het DNA. Lees hier meer over lectines.

Bedenk dat cortisol niet alleen een stress hormoon is maar ook een ontstekingsremmer en een
immuunregulator. Een goede cortisolwerking is dan ook noodzakelijk ter voorkoming van allerlei
ontstekingsziektebeelden. Bovendien voorkomt cortisol ontsporingen van je afweersysteem (denk aan
auto-immuunziektes en allergiën). Fijn om te weten: lectines zitten met name in de vezels. Wit, flink uitgezeefd brood bevat om die reden aanmerkelijk minder lectines.

DARMEN GASVORMING

Het menselijk lichaam produceert tussen de halve en twee liter gas per dag door voedsel, drank en ingeslikte lucht. Dat gas raak je weer kwijt door boeren of winden te laten. Soms hebben mensen last van extreem veel gasvorming, wat pijnlijk en gênant kan zijn. Een opgezwollen buik ontstaat meestal bij gisting in  je darmen als gevolg van een slechte spijsvertering.






Voeding die gasvorming in de hand werkt en dus te mijden is:

  • Groenten zoals artisjokken, asperges, broccoli, spruiten, bloemkool, courgette, groene paprika, uien, erwten, radijsjes en rauwe aardappels.
  • Bonen en andere peulvruchten.
  • Fruit zoals abrikozen, bananen, meloenen, perziken, peren, pruimen en appels.
  • Tarwe en tarwezemelen.
  • Eieren.
  • Koolzuurhoudende dranken, vruchtensap, bier en rode wijn.
  • Gefrituurd en vet voedsel.
  • Suiker en suikervervangers.
  • Melk en andere zuivelproducten, vooral bij mensen die lactose (de belangrijkste suiker in melk) moeilijk verteren.
  • Verpakte voedingsmiddelen die lactose bevatten, zoals brood, ontbijtgranen en saladedressing.
Iedereen weet dat bijvoorbeeld uien, eieren en bruine bonen flinke winderigheid kunnen veroorzaken. Maar ook andere veelgebruikte (zwavel-houdende) producten kunnen bijdragen aan scheten laten. Enkele voorbeelden hiervan zijn:
  • Melk & zuivelproducten
  • Kool & spruitjes
  • Broccoli
  • Zoete aardappel
  • Granen
  • Ui & eieren
  • Verder zijn er nog een aantal soorten groenten en fruit die milde winderigheid veroorzaken. Denk hierbij aan pruimen, appels, perziken, bananen, wortels, selderij, komkommer, sla, rozijnen, radijs, soja (zowel bonen als melk) en spinazie.
Een opgeblazen gevoel kan te maken hebben met meerde dingen:
Het eten van vettige voedsel. Vet vertraagt de werking van de maaglediging en kan het gevoel van volheid intensiveren. Eet niet te veel vet voedsel, want dit veroorzaakt niet alleen gassen, maar geven ook een opgeblazen en oncomfortabel gevoel. Hoe minder vet je eten is, hoe sneller de maag zich kan legen, waardoor de gassen het lichaam ook sneller kunnen verlaten.
Stress of angst
Roken
Darminfectie, darmverstopping of maag-darm ziekte
Prikkelbare darm syndroom, een aandoening gekenmerkt door buikpijn, krampen en plotse veranderingen en wisselingen in darmfunctie.
Aandoeningen zoals coeliakie of lactose-intolerantie, waarbij de darmen niet in staat zijn om bepaalde onderdelen van het dieet te verteren en te absorberen.

Het kan altijd helpen gebruik van bepaalde gas producerende voedingsmiddelen te verminderen. Koolhydraten veroorzaken veel gas, en hier is een lijst van sommige van de beruchtste boosdoeners:
  • Zetmeel
  • Witte bonen in tomatensaus
  • Koolzuurhoudende dranken
  • Kauwgom
  • Fruit zoals appels, perziken en peren
  • Harde snoepjes
Groenten kunnen ook gasvorming veroorzaken:


  • Broccoli
  • Spruitjes
  • Kool
  • Bloemkoom


  • Groeten: nieuwe aardappelen, prei, peulvruchten, allerlei koolsoorten, paprika, spruitjes en knoflook en radijsjes.
  • Fruit: pruimen, meloen en alle onrijp fruit.
  • Dranken: alcohol, bier en alle koolzuurhoudende dranken.
  • Suiker: suikervervangers en alle vette voeding.
  • Eieren: alle eiergerechten.
  • Kruiden: alle scherpe kruiden en specerijen, noten en kokos.


U kunt boeren voorkomen / beperken door:

Langzaam te eten en drinken. Het nemen van uw tijd kan u minder lucht te slikken. Belangrijker nog, fijngekauwd voedsel verteert, en beweegt door de darmen gemakkelijker dan grotere brokken voedsel. Ook worden bij veel kauwen enzymen aan het voedsel toegevoegd in de mond. Door het eten door te slikken zonder goed te kauwen worden gunstige enzymen niet goed door de voeding gemengd. Vermijd ook het drinken door een rietje.
Koolzuurhoudende dranken en bier te vermijden. Zij produceren kooldioxide gas. Drink minder frisdrank met prik en fruitsap, want deze kunnen gasvorming veroorzaken als je ze te veel neemt. De belletjes in koolzuurhoudende dranken en de suikers in de fruitsappen staan erom bekend dat ze gas opbouwen waardoor je je opgeblazen gaat voelen.
Sla de kauwgom en hard snoep over. Als u kauwgom kauwt of zuigt op een harde snoepje, slikt u veel vaker dan normaal. Een deel van wat u slikt is lucht.
Niet roken. Wanneer u rookt inhaleert, kunt u ook lucht doorslikken.
Behandel brandend maagzuur.

Ontlastingsonderzoek om de oorzaak van opgeblazen buik te achterhalen:
De meest doeltreffende manier om de oorzaak van een opgezette buik te achterhalen, is onderzoek te laten verrichten op de ontlasting. Met een concrete diagnose kunnen stappen met zekerheid genomen worden om de juiste behandeling toe te passen.

Ontlastingsonderzoek is een van de minst ingrijpende manieren om diagnose van de oorzaak van opgezette buik te stellen. U hoeft niet geprikt te worden om bloed af te nemen, en hoeft zich niet voor te bereiden op een scopie.

U hoeft het huis zelfs niet te verlaten: een afname envelop wordt naar u opgestuurd, u neemt een monster van de ontlasting, en u verstuurt het envelop naar het laboratorium. U kunt het onderzoek hier bestellen.

Een opgeblazen buik kan meerdere oorzaken hebben: de symptomen van veel darmaandoeningen lijken veel op elkaar. De oorzaak van klachten kan liggen bij een voedselintolerantie, een bacteriële infectie, een parasitaire infectie of zelf een overgroei van gisten en schimmels. Vaak is er ook sprake van meer dan afwijking tegelijk. Wanneer het lichaam door een aandoening verzwakt is, kunnen andere aandoeningen toe nemen.

Probiotica

Neem probiotica om de vertering te helpen. De bacteriën in de darm bewerken onverteerbare plantaardige voedselresten (vezels). Hierbij komen stoffen vrij die de darmbeweging stimuleren. Daarnaast is de darmflora van belang voor de aanmaak van vitamine K. Vitamine K wordt via het slijmvlies van de dikke darm opgenomen in het bloed. Vitamine K speelt een belangrijke rol bij de bloedstolling.

Probiotica zijn"goede"darmbacterien, die een verstoring van het complexe ecologische evenwicht in de darm kunnen helpen herstellen.  Deze goede bacteriën zorgen voor een goede darmflora, wat weer is van belang is voor de spijsvertering, stoelgang en het immuunsysteem.

Alle mensen hebben goede en slechte bacteriën in de darm, maar een gezond evenwicht is ongeveer 80% goed en 20% slecht. Wanneer dit uit balans raakt, produceren de slechte bacteriën giftige stoffen die de darmwand beschadigen, waardoor leaky gut, een lekkende darm, ontstaat.

Heb je ooit antibiotica gebruikt? Dan is de kans groot dan de "goede" bacteriën in je darmen gedood zijn. Want antibiotica maakt geen onderscheid tussen slechte en goede bacterien. Het is net als de chemotherapie bij kanker die niet alleen slechte maar ook goede cellen doodt. Wanneer je geen gezonde darmflora hebt, kan de opname uit de voeding van benodigde stoffen voor aanmaak van serotonine verstoord worden! In je darmen begint je gezondheid! Wat zijn de goede bacteriën? De meest gebruikte probiotica zijn melkzuurbacteriën van de geslachten Lactobacillus en Bifidobacterium, maar ook van bepaalde andere soorten bacteriën en gisten zijn probiotische stammen bekend. Enkele soorten, waarvan probiotische stammen bekend zijn: 1.Bifidobacterium bifidum 2.Bifidobacterium breve 3.Bifidobacterium infantis 4.Bifidobacterium longum 5.Lactobacillus acidophilus 6.Lactobacillus casei 7.Lactococcus lactis 8.Lactobacillus plantarum 9.Lactobacillus rhamnosus 10.Saccharomyces boulardii, een gist 11.Escherichia coli Ik heb last van regelmatige verstopping en een opgeblazen buik. Sinds 1 week gebruik ik probiotica. Ik kan weer alles eten en goed naar de wc!
Probiotica kuur kun je hier bestellen. GEBRUIK KORTINGSCODE (ILO824) om 5 dollar korting te krijgen. Als je voor meer dan 40 dollar bestelt krijgt u zelfs 10 dollar korting. Bestellen in US is hoe dan ook 2 a 3 keer goedkoper dan in Nederland. Dat heb ik uitgezocht. Vul de code ILO824 bij afrekenen (onderaan). Wilt u een gratis verzending? Bestel dan voor 50 dollar met de kortingscode ILO824. Dan betaalt u 40 dollar voor uw bestelling en betaalt u niets voor verzending (normaal vanaf 6 dollar. Het duurt 10 dagen voordat u uw bestelling thuis heeft (Ik heb al meerdere keren besteld).

Gasvorming kan ook veroorzaakt worden door te weinig maagzuur

BIJNIERUITPUTTING & TEMPERATUUR

Metabole temperatuurgrafiek 

De metabole temperatuurgrafiek van dr. Rind is een methode om dagelijkse temperaturen te meten en te interpreteren om inzicht te krijgen inzake de metabole energie die in verband staat met zowel de bijnier- als de schildklierfunctie.
Neem je temperatuur op: een snelle en gemakkelijke manier om je metabolische gezondheid vast te stellen

Als je je niet zo goed voelt, neem dan je temperatuur op. Niet om te zien of je koorts hebt. Maar temperaturen laten iemands staat van metabole energie zien. De gemiddelde dagtemperatuur van een gezond mens is 37°C wat 37°C de optimale (als tegenovergestelde van normale*) temperatuur maakt. Lager dan optimale temperaturen geeft een lagere dan optimale metabole staat aan, die meestal door het schildkliermechanisme beheerst wordt. Een zeer variabele temperatuur geeft een onstabiel of uitgeput bijniersysteem weer. Op de weg naar gezondheid wil je, indien mogelijk, dus van lage en/of onstabiele temperaturen naar 37°C en stabiel gaan.

De metabole temperatuurgrafiek is een extreem waardevol feedbackmiddel, dat een serie richtlijnen geeft waarmee je kunt zien of je temperaturen in de richting van een gezonde, metabole situatie gaan of juist in tegengestelde richting. Het geeft inzicht of de therapieën werken of niet. Deze feedback helpt met het op dagelijkse basis begeleiden van het behandelprogramma.
Het is erg belangrijk om de aanwijzingen te volgen om je eigen metabole grafiek te maken zodra je weet dat je een probleem hebt met je schildklier en/of je bijnieren of wanneer je lijdt aan symptomen die met lage metabole energie gepaard gaan. Dit zal je een uitgangspunt geven van waaruit je kunt werken. Als er eenmaal corrigerende acties onderweg zijn, zal het temperatuurpatroon je laten zien hoe je gezondheid vooruit gaat.

*Optimaal in tegenstelling tot normaal. De regelmatig gebezigde term “normaal” verwijst naar een wiskundige of statistische situatie. Een “normale” gezondheidsstaat betekent waarschijnlijk dat je wat medische problemen hebt. Het kan normaal zijn om op 76-jarige leeftijd te sterven, maar als je 75 jaar oud bent kun je beslissen dat wat je echt wilt een “optimale gezondheid” is in tegenstelling tot een “normale” gezondheid. Normaal is niet hetzelfde als optimaal, of het nu naar een lang leven verwijst of naar een lichaamstemperatuur of een labuitslag.

Het herkennen van bijnier- en schildkliercorrectiepatronen

Hoewel ik meer dan een dozijn temperatuurcorrectiepatronen voor een zelfde aantal metabolische disfunctieprofielen gedocumenteerd heb, komen bijnier- en schildkliercorrectiepatronen het vaakst voor.

Werkt mijn bijniertherapie? 

Hieronder laat een typisch temperatuurpatroon zien wat we bij iemand kunnen zien die goede bijnierondersteuning krijgt en die een middelmatige tot goede reactie heeft.

Uitleg van het diagram: 
A. Onstabiele temperaturen: bijnieruitputting. De kerntemperaturen hebben brede variaties. Ze hebben de neiging om te stijgen bij warm weer en te dalen bij koud weer. 
B. Verminderde veranderlijkheid: bij bijnierondersteuning vermindert de veranderlijkheid, naarmate de klierfunctie beter wordt (temperaturen worden stabieler). 
C. Laag maar stabiel: nadat de temperaturen gestabiliseerd zijn blijven ze nog steeds laag maar relatief stabiel. 
D. Stabiel en stijgend: na een periode van stabiliteit is de volgende fase een langzame stijging van de gemiddelde kerntemperatuur. 
E. Stabiel 37°C: dit is typisch voor een gezonde metabolische situatie. 

Wanneer de bijnierondersteuning goed werkt, kunnen de fases A t/m D, afhankelijk van het individu, elk ten minste van één week tot enkele maanden in beslag nemen. Bij iedere individuele persoon lijkt iedere fase tenminste ongeveer even lang te duren (bijv korte tijd versus lange tijd). Sommige fases kunnen samensmelten. A en D kunnen bijvoorbeeld combineren tot een stijgend, stabiliserend patroon zonder dat patroon C optreedt. Ik heb in feite een paar mensen direct van A naar E zien gaan. Het kan zowel 1-2 weken als een paar maanden duren om van A naar E te gaan. Hopelijk zal fase E permanent zijn. Wanneer de bijnieruitputting ernstiger is (meestal langer geduurd heeft) kunnen alle fases van A t/m D langer duren en kan fase E minder zeker zijn. Als er binnen 2-3 maanden geen vooruitgang gezien wordt dan is er gewoonlijk een ander probleem aanwezig zoals toxiciteit etc. 

Werkt mijn schildkliertherapie? 

Hieronder laat een typisch temperatuurpatroon zien wat we te zien kunnen krijgen bij iemand die goede schildklierondersteuning krijgt en die daar gemiddelde tot goed op reageert. 
Wanneer er alleen problemen met de schildklier zijn is het patroon verbazingwekkend stabiel en kunnen we patronen met rechte lijnen zien. 
Uitleg van het diagram: 
A. Stabiel een laag: basislijntemperaturen. Een lage temperatuur geeft een lagere dan normale schildklieractiviteit weer. 
B. Stabiel en stijgend: na het beginnen met of het verhogen van de dosering schildklierhormoonvervangingsmedicatie stijgt de temperatuur gestaag. 
C. Stabiel maar laat een plateau zien: het temperatuurplateau op metabool niveau tot waar de huidige schildkliermedicatie hem kan brengen. 
D. Stabiel 37°C: wanneer de juiste dosering schildkliervervangingsmedicatie bereikt is, is de temperatuur stabiel bij 37°C. Let op dat wanneer de bijnieren dit energieniveau niet aan kunnen, we een uitbreidingspatroon kunnen zien dat gevolgd wordt door een daling van de temperatuur (zie typische temperatuurpatronen). 

Hoe je temperaturen moet meten en in een grafiek moet verwerken 

Hoe je temperaturen moet meten 

Temperaturen worden oraal gemeten. Zorg dat de thermometer diep onder de tong gestoken wordt. Neem drie keer je temperatuur op met ongeveer drie uur ertussen, te beginnen ongeveer 3 uur nadat je opgestaan bent. Als je bijvoorbeeld om 6 uur wakker wordt, meet je je temperatuur rond 09.00u, 12.00u en 15.00u. Probeer om je temperatuur pas 20 minuten na activiteit of eten en drinken te meten. Zelfs de trap oplopen kan iemands temperatuur gedurende een korte tijd laten stijgen. Als je je temperatuur een paar maal achter elkaar meet, zul je steeds stijgende temperaturen meten. Dit komt door de spieractiviteit van de tong en de mond. Meet dus maar één maal. Digitale thermometers zijn het meest geschikt om het metabolisme te controleren. Er zijn veel goede modellen te koop. Ik vind de Lumiscope Digital Thermometer een van de meest nauwkeurige thermometer voor die prijs en ik gebruik deze bij mijn patiënten. Ik raad geen kwikthermometers aan: zij stellen de leefomgeving bloot aan toxisch kwik wanneer ze breken; ze zijn langzaam en de nauwkeurigheid hangt af van de tijdsduur dat je ze, iedere keer dat je meet, in je mond houdt. Ik adviseer geen axillaire thermometers (onder de arm) omdat de oksels relatief koeler zijn en variabeler bij mensen met gestresste bijnieren. Oorthermometers zijn het minst nauwkeurig van allemaal. 

Hoe moet je temperaturen in de grafiek weergeven 

1. Noteer alleen het dagelijkse gemiddelde. Schrijft duidelijk, gebruik zwarte inkt als het kan (het kopieert en faxt beter). 

2. Gebruik in plaats van een punt of een “x” een getal dat aangeeft hoe vaak je die dag je temperatuur gemeten hebt. Als je dus te temperatuur drie keer gemeten hebt dan zet je een 3 in de cel die het gemiddelde van die drie temperaturen weergeeft. Of wanneer je slechts eenmaal je temperatuur gemeten hebt zet je een 1 in de cel die die ene temperatuur weergeeft. Ze zouden er respectievelijk aldus uit moeten zien: 
of




3. Geef belangrijke gebeurtenissen op de kaart aan. Bijvoorbeeld het beginnen met een nieuwe medicatie, het veranderen van de dosering, ziekte, stress, “had een geweldige dag”, “sliep meer dan normaal” enz. Deze zijn zeer belangrijk bij het interpreteren van de grafiek. In situaties waar er een verandering in het temperatuurpatroon is, is het nuttig achteraf mogelijke gebeurtenissen of veranderingen in overweging te nemen die waardevol kunnen zijn bij de interpretatie. 

4. Verbind de getallen met een lijn. Wanneer je een bepaalde dag geen temperatuur gemeten hebt dan laat je de lijn niet door doorlopen bij die dag. Stop gewoon en begin opnieuw met de lijn. Gebruik gekleurde highlighters om de grafiek gemakkelijker te kunnen analyseren (zie het gekleurde voorbeeld). 
Gebruik deze Unmarked and Sample graphs om te beginnen. Herinner je dat de metabole temperatuurgrafiek in werkelijk een vermomde navigatiekaart is. Hoe nauwkeuriger je hem invult, hoe gedetailleerder en nuttig de kaart is. Hij zal je helpen om naar de 37°C en een betere gezondheid te navigeren. Weet dat het beter is om een temperatuurgrafiek te maken die niet perfect is met minder dan drie temperaturen per dag, te veel of te weinig tijd tussen temperaturen en te snel na lichamelijke activiteit of rust dan om er helemaal geen te maken. 

De resultaten interpreteren 

Het interpreteren van de verzamelde informatie is zowel een wetenschap als een kunst. Hier zijn een paar basisprincipes. 

o Thermale activiteit reflecteert metabole acitiviteit. Een lage temperatuur betekent een laag metabolisme en omgekeerd. De temperatuur die meestal gevonden wordt bij een ouder, fragieler en bleker persoon is laag en ligt meestal tussen 35 en 37°C wanneer er geen infectie aanwezig is. Een gezond persoon zal een gemiddelde temperatuur van 37°C hebben maar kan 37.8° of hoger zijn in een situatie van hyperthyreoidie of kan wel 40 tot 40.5°C zijn bij koorts, dit zijn hypermetabole condities. 

o Een grote veranderlijkheid van dagelijkse temperaturen laat een zwakke bijnierfunctie zien omdat de bijnieren het lichaam helpen om stabiliteit te bewaren. Een goede bijnierfunctie produceert een stabiele temperatuur. Naarmate de bijnierfunctie verbetert, vermindert de veranderlijkheid van de temperatuur en omgekeerd. Naarmate de bijnieren gestresst raken (ofwel door emotionele stress, buitensporige metabole stimulatie zoals te veel schildklierstimulatie of door andere oorzaken), neemt de veranderlijkheid toe. 
o In een situatie van hypothyreoïdie zijn de gemiddelden van dag tot dag laag en zeer stabiel. In een hypoadrenale staat inclusief bijnieruitputting of bijnierstress zijn temperaturen laag en onstabiel – de ene dag zijn de misschien gemiddeld 35.5°C en de volgende dag één of twee graden hoger. 

o Wanneer de temperatuurgrafiek de routekaart is, zijn de verklarende aantekeningen de verkeersborden. Zonder deze borden worden de patroonveranderingen zeer moeilijk te interpreteren. Deze aantekeningen laten het verband zien tussen de temperatuursgegevens. Ze laten ook zien welke onderdelen van het behandelprogramma werken en welke onderdelen en andere factoren niet. 

o Beschrijvingen van typische patronen die men kan observeren zijn: 

Uitleg van het diagram 
o Stabiel: gezien bij uitstekende gezondheid of bij hypothyroidiele. 

o Onstabiel: slechte bijnierfunctie 

o Contractiepatroon. De veranderlijkheid van de temperatuur wordt minder op een cyclische manier die één of meer dagen per cyclus in beslag neemt. Het laat een patroon zien dat stabiliseert, wat laat zien dat de bijnieren niet zo gestresst zijn als voorheen. Dit gebeurt omdat ze ofwel sterker zijn of doordat er een last van ze weggenomen is zoals minder schildklierstimulatie of een succesvol einde aan een stressvolle situatie. 

o Stijgend patroon. Dit patroon wordt gezien wanneer er een verbetering van metabole energie is. Het patroon kan stabiel of onstabiel zijn, maar de beweging is in opwaartse richting. 

o Expansiepatroon. De veranderlijkheid neemt toe. Het laat een patroon zien dat minder stabiel wordt, wat een grotere stress op de bijnieren aangeeft en een verminderde capaciteit om de huidige last op de bijnieren op te vangen. Het wordt vaak bij het begin van stress gezien (bijv. de familie trekt voor een maand bij je in) of bij een toegenomen metabolisme dat de bijniertolerantie te boven gaat (bijv door het nemen van slow-release T3, twee maal daags 30 mcg, terwijl de patiënt slechts 15 mcg twee maal daags veilig verdraagt, of gewone Cytomel, eenmaal daags 25 mcg wat wild fluctuerende niveaus T3 in het bloed veroorzaakt die ’s ochtends hoog zijn en snel dalen gedurende de dag waarbij ze een onstabiele metabole situatie produceren en op die manier de bijnieren belasten). 

o Meer stabiele en lagere temperatuur. Dit is vaak het eindresultaat van een expansiepatroon en wordt aan het eind van het expansiepatroon gezien. De lichaamstemperatuur daalt naar een lager niveau dat gemakkelijker door de bijnieren verdragen wordt . 

o Koortspatroon. Een plotselinge stijging van de temperatuur die gewoonlijk één of meer dagen duurt en dan weer terugkeert naar de oorspronkelijke basislijn. Een langdurige infectie kan langdurige temperatuursverhoging geven.